Geruite pashmina-omslagdoek in vier kleuren
Exclusieve geruite pashmina omslagdoek in pure kasjmier. Geweven in vier kleuren die mooi op elkaar zijn afgestemd. De omslagdoek is een veelzijdig accessoire voor elke gelegenheid en een must in elke garderobe, waarvan u lang plezier zult hebben. De pashmina is ragfijn en geweven van zeer fijn garen dat alleen met de hand geweven kan worden. Geschikt als...
Kasjmier, of cashmere zoals het ook geschreven wordt, is over de hele wereld bekend en geliefd om zijn warmte en zachtheid. Ooit was het voorbehouden aan de meest bevoorrechten - tegenwoordig ligt het qua prijs op een niveau waarop iedereen mee kan doen, en is het een alledaagse luxe geworden voor een brede groep. Mijn eigen passie voor kasjmier begon toen ik als jonge vrouw een kasjmier sjaal cadeau kreeg. De zachte textuur van die sjaal was iets heel bijzonders en het begin van een levenslange passie.
Maar de weg naar een mooie kasjmier sjaal of vest is lang, en begint in onherbergzame streken waar de kasjmiergeiten leven.
De kasjmiergeit (Capra hircus langier) en haar vezels danken hun naam aan de regio Kasjmir tussen India en Pakistan, ten westen van de Himalaya. Tegenwoordig komt er nog maar weinig kasjmier uit die regio. Kasjmier wordt voornamelijk geproduceerd in China, Mongolië, Tibet en Afghanistan. Ook Iran, Australië en Nieuw-Zeeland nemen een deel van de wereldproductie voor hun rekening.
De kasjmiergeit is 60 tot 80 cm hoog. Mannetjes en vrouwtjes wegen gemiddeld respectievelijk 60 en 40 kg, en worden gemiddeld 7 jaar oud. Hun vacht is open, met lange en grove dekharen die de onderwol bedekken. Elke geit produceert tussen de 100 en 160 gram kasjmiervezels per jaar.
De onderwol is zeer fijn. De vezels hebben een doorsnede tussen 12,5 en 19 micrometer en een gemiddelde lengte van 35 tot 50 mm. Door die fijne wol kunnen de geiten de barre winterkou weerstaan. Als het voorjaar komt verliezen ze hun vacht om niet oververhit te raken.
Alle vezels zijn keratinevezels met een chemische samenstelling die op wol lijkt, waardoor de technieken voor wolproductie sterk lijken op die voor de vervaardiging van kasjmier. Omdat kasjmiervezels gladder zijn en het licht anders weerkaatsen dan wol, kan het nodig zijn de kleurformules aan te passen om dezelfde tinten te bereiken.
Door de jaren heen is er wetenschappelijke belangstelling geweest voor het kruisen van verschillende dierenrassen. Huarizo is bijvoorbeeld een kruising tussen alpaca en lama. Cashgora is een kruising tussen de angora- en de kasjmiergeit.
Van de totale wereldproductie van 9.000 tot 10.000 ton komt 50-60% uit China, waarvan ruim de helft in Binnen-Mongolië wordt geproduceerd. 20-30% komt uit Mongolië en de rest is verdeeld over Iran, Afghanistan en andere landen.
In China en Mongolië worden de kasjmiervezels verzameld door de dieren tijdens de ruiperiode te borstelen, en door vezels uit struiken en van de grond te rapen. In Iran, Afghanistan, Australië en Nieuw-Zeeland worden de geiten meestal geschoren.
De haren worden met de hand grof gesorteerd op kleur en kwaliteit. Dat vraagt ervaring en vakkennis, en vermindert de hoeveelheid grove haren. Daarna gaan de vezels in een machine die kleine takjes en andere onzuiverheden eruit schudt. Vervolgens worden de vezels onthaard.
De kwaliteit van de onthaarde vezels wordt beoordeeld op doorsnede, kleur en lengte van de haren. De gemiddelde doorsnede moet tussen 14 en 19 micrometer liggen, terwijl de lengte tussen 150 en 450 mm ligt. Kasjmier uit China, dat als het beste geldt, heeft een doorsnede tussen 14 en 16 micrometer. Kasjmier uit Mongolië is over het algemeen dikker van doorsnede als gevolg van kruisingen van verschillende geitenrassen om de opbrengst te maximaliseren, met een lagere kwaliteit tot gevolg.
De ervaring leert dat kasjmiergeiten die in een milder klimaat worden gehouden geen even fijne wol produceren als de geiten die in hun natuurlijke omgeving leven. De vezels zijn dan nog altijd fijner en zachter dan andere dierenharen.
Fijne witte kasjmier kost ongeveer $130 per kilo. De gemiddelde doorsnede is de bepalende factor voor de prijs van kasjmier. Iraanse en Afghaanse kasjmier is doorgaans 2 tot 3 micrometer dikker dan Chinese kasjmier en daardoor ongeveer 40% goedkoper. Ook de kleur speelt mee: wit is het duurst, omdat het zowel in zijn natuurlijke kleur gebruikt kan worden als in lichte pasteltinten geverfd. Bruine kasjmier is het goedkoopst, omdat die alleen in donkere kleuren geverfd kan worden.
Er zijn veel aanduidingen voor kasjmierkwaliteit. Grade A en Superior Cashmere class 1 zijn er een paar die u vaak tegenkomt, maar die aanduidingen zeggen eigenlijk niets over de kwaliteit en worden vooral gebruikt met het oog op snelle en makkelijke marketing.
Het is ook niet eenvoudig om over kasjmierkwaliteit te praten zonder dat het wat technisch wordt, maar wij doen een poging.
Er zijn twee manieren om garen te spinnen: kamgarenspinnen en het gewone wolspinnen van gekaarde wol. De beste kasjmier is kamgaren, omdat dat proces lange vezels vereist, in tegenstelling tot gewoon wolspinnen, dat ook van de korte vezels gesponnen kan worden, of zelfs van het restafval van het kamgarenspinnen.
Door de lange vezels te gebruiken kan het garen dunner gesponnen worden. Tot een draadtelling van 200 aan toe, wat inhoudt dat 200 meter garen slechts 1 g weegt. Onze 2-ply keper omslagdoeken zijn bijvoorbeeld met dit type garen geweven.
Wanneer de vezels lang zijn, kan het garen ook meer ineengedraaid worden (twists per inch), wat een sterker en duurzamer resultaat geeft. Wolgesponnen garen heeft vaker de neiging te pluizen, omdat de kortere vezels moeilijker op hun plaats te houden zijn wanneer het uiteindelijke textiel gedragen wordt.
Wolgesponnen garen geeft een pluiziger resultaat, omdat de kortere vezels uit het garen steken. Kamgaren geeft een gladder en lichter resultaat.
De liberalisering van de Chinese economie in de jaren tachtig leidde tot een periode waarin de prijzen van kasjmier stegen en de kwaliteit daalde. De verkoop van kasjmier breigoed daalde met ongeveer 30%. Om de distributie en de kwaliteit van de gewilde vezels te stabiliseren, voerde de Chinese overheid in 1989 regelgeving in die de kwaliteit van luxevezels voor de export moest verhogen. Voortaan was het verplicht de geëxporteerde vezels op kwaliteit te testen. In 1990 werd het Cashmere Foreign Trade Center opgericht om de kwaliteit te waarborgen en de prijs van de geëxporteerde luxevezels te controleren.
In 1991 voerde de Chinese overheid verdere regelgeving in, met de eis dat alle textielwaren van een herkomstaanduiding werden voorzien en alleen geëxporteerd konden worden naar landen met een bilaterale handelsovereenkomst met China. Tegenwoordig ligt dat anders. De markt voor kasjmier en andere luxevezels is in China vrijer en niet langer door de overheid gecontroleerd.
Tot voor kort ging het grootste deel van de vezelproductie naar Schotland en Italië, waar het gebruikt werd voor textielwaren in de luxeklasse. Eind jaren tachtig begonnen China en Mongolië zelf kasjmier te spinnen en te weven. De eindproducten hadden niet dezelfde hoge kwaliteit als de Schotse en Italiaanse, maar ze waren goedkoper. De markt veranderde daardoor, en de Schotse en Italiaanse producenten merkten dat het moeilijk werd de benodigde hoeveelheid grondstof te bemachtigen. Als gevolg daarvan gingen de Europese producenten samenwerken met de Chinese fabrieken. Die samenwerking loste de bevoorrading grotendeels op en verhoogde tegelijk de kwaliteit van het in China gemaakte textiel.
Bij zulke hoog geprijsde producten zal het niemand verbazen dat de markt vol vervalsingen zit, waarbij het kasjmiergaren vermengd is met wol en andere minder kostbare vezels. Het Cashmere and Camel Hair Manufacturers Institute (CCMI) voert steekproeven uit door kasjmierwaren op de vrije markt te kopen, te analyseren en te controleren of de inhoud overeenkomt met de etikettering.
Kasjmierwaren worden over de hele wereld gedistribueerd, maar de grootste afnemers zijn de Verenigde Staten, Japan en West-Europa.
De aanduiding pashmina heeft haar betekenis gaandeweg verloren, omdat ze vrij losjes gebruikt wordt. Het is daardoor lastig mythe en feit van elkaar te onderscheiden als het om de oorsprong van dit type vezel gaat.
Oorspronkelijk werden pashmina omslagdoeken en sjaals in de regio Kasjmir gemaakt van handgesponnen en geweven kasjmiervezels, die met de hand van de grond en uit struiken werden verzameld waar de geiten leefden. India is geen grote producent van kasjmier, maar in de regio Kasjmir worden sjaals en omslagdoeken van zeer hoge kwaliteit gemaakt.
Later begonnen sommige producenten kasjmier omslagdoeken als pashmina op de markt te brengen, ook al waren ze buiten de regio Kasjmir gemaakt. Dat leidde tot de nodige verwarring, maar tegenwoordig worden kasjmier en pashmina als synoniemen gebruikt.