Geruite pashmina-omslagdoek in vier kleuren
Exclusieve geruite pashmina omslagdoek in pure kasjmier. Geweven in vier kleuren die mooi op elkaar zijn afgestemd. De omslagdoek is een veelzijdig accessoire voor elke gelegenheid en een must in elke garderobe, waarvan u lang plezier zult hebben. De pashmina is ragfijn en geweven van zeer fijn garen dat alleen met de hand geweven kan worden. Geschikt als...
Weven is de benaming voor een van de technieken die gesponnen garen omzet in textiel. Er bestaan veel verschillende weefgetouwen en weeftechnieken, maar wat ze gemeen hebben is dat er draden worden verstrengeld die haaks op elkaar liggen.
De weefkunst is een oud en traditierijk ambacht dat in de loop van de tijd verfijnd en geautomatiseerd is, maar het zijn nog altijd dezelfde technieken die tot op de dag van vandaag worden gebruikt. De wevers in Nepal, waar onze sjaals en omslagdoeken tot stand komen, komen doorgaans uit een weversfamilie waar de kennis van dit kunstambacht generaties lang is doorgegeven.
In dit artikel doorlopen wij het proces, aangevuld met video en beeld uit onze productie in Kathmandu. In onze productie gebruiken wij Indiase schachtweefgetouwen en jacquardweefgetouwen. Beide typen worden met handen en voeten bediend, zonder elektriciteit.
Bij het weven moeten wij eerst wat terminologie op orde hebben. De draden die in de lengterichting van het weefgetouw lopen heten de kettingdraden, of de ketting. De kettingdraden worden vóór het weven opgemeten. Ze moeten even lang zijn en een lengte hebben die overeenkomt met de gewenste lengte van het uiteindelijke textiel.
De dwarsdraden heten de inslagdraden, of de inslag. Het weven gebeurt doordat een deel van de kettingdraden wordt opgetild, waardoor de zogeheten gaap ontstaat. De inslagdraad wordt vervolgens heen en weer in dwarsrichting door de gaap gevoerd en vormt zo de binding. Voordat het weven begint worden de kettingdraden in schachten gegroepeerd, zodat groepen kettingdraden opgetild kunnen worden. De heel eenvoudige linnenbinding vereist slechts twee schachten, waarbij om en om een kettingdraad in elke schacht is gegroepeerd - vandaar dat dit weefpatroon ook tweeschachtsbinding heet.
Om de draad heen en weer tussen de kettingdraden te voeren wordt een voorwerp gebruikt dat de schietspoel heet. De schietspoel is aan beide uiteinden gepunt en bevat een spoel met de inslagdraad. De schietspoel wordt van links naar rechts en weer terug gevoerd.

In de video hieronder ziet u hoe de schietspoel in hoog tempo van links naar rechts gaat, terwijl het riet heen en weer beweegt in de lengterichting van het weefgetouw. Het riet zorgt ervoor dat de inslagdraden worden aangeslagen zodat ze dicht tegen elkaar komen te liggen. De mechaniek van het weefgetouw coördineert de bewegende delen, maar er zijn vele jaren ervaring nodig om in dat tempo te weven.
Tijdens het weven worden de draden zo verstrengeld dat ze elkaar vastzetten. De manier waarop dat gebeurt bepaalt het patroon van het uiteindelijke textiel en heet de binding. Er bestaan veel verschillende weefpatronen die het textiel elk hun eigen karakter geven. Het weefpatroon bepaalt niet alleen de textuur: de verschillende bindingen weerkaatsen het licht ook anders en voelen anders aan op de huid.
Er zijn drie grondpatronen, die alle gevarieerd kunnen worden.
Linnenbinding is het eenvoudigste patroon dat u zich kunt voorstellen. De inslagdraad gaat over de eerste kettingdraad en onder de volgende. De volgende keer verschuift dat, zodat de draad onder de draad gaat waar hij de vorige keer overheen ging. Dat geeft een glad en gelijkmatig resultaat.
U kunt het patroon variëren door een aantal draden te groeperen, zowel ketting als inslag, zodat het patroon uitgesprokener wordt en wat aan mandenvlechtwerk doet denken.
Weeft men met inslag- en kettingdraden in verschillende kleuren, dan ontstaat er een mooi mêlee-effect.
![]() | ![]() |
| Linnenbinding/tweeschachtsbinding | Panamabinding |
De keperbinding lijkt op de panamabinding, maar de groepen verschuiven bij elke inslagdraad, waardoor een diagonaal patroon ontstaat. Keperbinding kan gevarieerd worden zodat er andere patronen ontstaan, zoals diamantbinding en visgraat, waarbij de diagonalen respectievelijk een diamantmotief en een visgraatmotief vormen.
De kepervarianten geven de stof een zichtbaar patroon. Ook wanneer ketting- en inslagdraad dezelfde kleur hebben, weerkaatsen ze het licht anders. Men kan ook draden in verschillende kleuren gebruiken, wat het patroon uiteraard nog duidelijker maakt.
![]() | ![]() | ![]() |
| Keperbinding | Diamantbinding | Visgraatmotief |
Bij satijnbinding loopt de inslagdraad doorgaans onder 3 tot 7 kettingdraden door voordat hij over een kettingdraad gaat. De volgende inslagdraad verschuift. Textiel dat als satijn geweven is wordt zeer glad en glanzend van uiterlijk. Daarom is satijn populair voor beddengoed, overhemden, stropdassen en dergelijke.
Wordt satijn met ketting- en inslagdraad in verschillende kleuren geweven, dan krijgt u een stuk textiel met aan elke kant een andere kleur.

In onze productie van kasjmier sjaals, omslagdoeken en plaids wordt het garen op grote kegels ingekocht en daarna op kleinere spoelen gewonden. De spoelen voor de inslagdraden zijn klein, omdat ze in de schietspoel moeten passen. Hier in Nepal gebeurt dat met de hand, omdat men te maken heeft met frequente en langdurige stroomuitval. Om zich onafhankelijk te maken van het onbetrouwbare stroomnet heeft men vrijwel alle stappen in de productie vrij van elektriciteit gemaakt.

Het opwinden van de kettingdraden gebeurt op een groter apparaat. Wanneer wij pashmina omslagdoeken maken, worden er veel tegelijk geweven, die daarna tot afzonderlijke omslagdoeken worden geknipt. Bij de productie van bijvoorbeeld 30 omslagdoeken worden de kettingdraden dus meer dan 6.000 meter lang. In onderstaande video ziet u hoe de draad wordt opgewonden. Als men de omtrek van het grote wiel kent, hoeft men alleen het aantal omwentelingen te tellen om te weten hoe lang de draden zijn.
De draad komt van grote kegels met meerdere kilometers garen. Voor het weven van de ultradunne omslagdoeken is de draad zo fijn dat 200 meter slechts 1 gram weegt. Wij importeren ons kasjmiergaren uit Binnen-Mongolië, waar de beste kasjmier wordt geproduceerd. Wij gebruiken kamgaren, dat lange wolvezels vereist. Dat waarborgt het beste resultaat en een stuk textiel dat zacht en mooi is, maar tegelijk duurzaam en vooral niet pluist bij gebruik. Kasjmier is ook in grijze en bruine kleuren verkrijgbaar, maar de witte kasjmier is de fijnste en tevens het meest geschikt om te verven.

Met het schachtweefgetouw kunnen de drie grondbindingen geweven worden: linnenbinding, keperbinding en satijnbinding. De linnenbinding vereist slechts twee schachten, terwijl de overige bindingen drie of meer schachten vragen.
De schachten worden vóór het weven voorbereid door de kettingdraden door de hevels te voeren - een klein oog dat aan de schacht bevestigd is. Er is één hevel voor elke kettingdraad, en de kettingdraden worden over de verschillende schachten gegroepeerd. Bij de linnenbinding wordt om en om een kettingdraad aan de ene schacht verbonden, terwijl de overige aan de andere schacht worden verbonden. Wanneer men de twee schachten om beurten heft, gaat de inslagdraad afwisselend over en onder elke afzonderlijke kettingdraad.
De overige bindingen zijn ingewikkelder en vragen meer aandacht bij de voorbereiding. Op sommige van onze weefgetouwen kunnen tot acht schachten zitten. Eén enkele fout hierin verpest de hele productie, dus er is grote concentratie vereist.

De schachten hangen in katrollen zodat ze geheven kunnen worden en zo ruimte maken voor de schietspoel, die de inslagdraad onder de geheven kettingdraden door kan voeren. Wanneer de inslagdraad teruggaat, zijn het andere kettingdraden die geheven zijn, waardoor de draden worden vastgezet. Met trappers heft de wever de schachten afzonderlijk, waarmee de gaap ontstaat waar de inslag doorheen kan.
In de video hieronder ziet u hoe de wever het weefgetouw bedient zodat de verschillende schachten om beurten geheven worden.
Naarmate het weven vordert wordt de geweven stof naar beneden getrokken en op de doekboom onder het weefgetouw opgerold, om ruimte te maken zodat de schietspoel tussen de kettingdraden kan bewegen. Wanneer de kettingdraden op zijn, is het weven klaar en is het hele textiel op de doekboom opgerold, waar het in onze productie tot sjaals en omslagdoeken van passende afmetingen wordt geknipt.
Op de foto hieronder ziet u een productie van jak sjaals die op de boom wordt opgerold.

Het jacquardweven werd uitgevonden door Joseph-Marie Jacquard. Het jacquardweefgetouw maakt het mogelijk ingewikkelde patronen te weven. Anders dan bij het schachtweefgetouw, waar een aantal kettingdraden per schacht wordt gegroepeerd die om beurten geheven worden, kan men op het jacquardweefgetouw een willekeurige combinatie van kettingdraden heffen. Elke rij van het patroon wordt in ponskaarten gecodeerd, en het weefgetouw leest de rijen tijdens het weven één voor één af.
Op de foto hieronder ziet u een jacquardweefgetouw van achteren. Het is betrekkelijk ingewikkelde mechaniek. Bovenaan in het midden van de foto ziet u de ponskaarten, die in een ring door het bovenste apparaat lopen. Daar wordt één rij tegelijk afgelezen. Elke positie op de ponskaart heeft een bijbehorende katrol, die weer met een kettingdraad verbonden is.

De ponskaarten bestaan uit een reeks posities waar zich wel of geen gat bevindt. Er is een positie voor elke kettingdraad, en of er wel of geen gat is bepaalt of de kettingdraad geheven wordt. Een binair systeem dat later toepassing vond in computers, waar ponskaarten werden gebruikt om informatie op te slaan. Op onderstaande foto ziet u de ponskaarten die gebruikt worden voor onze mooie jacquard geweven omslagdoeken.

De uitvinding van het jacquardweefgetouw was baanbrekend en maakte het mogelijk textiel met patronen in massa te produceren die voorheen zeer tijdrovend waren om te maken. Het coderen van de ponskaarten, die voor elk patroon gemaakt moeten worden, is een traag en duur proces, maar zijn ze eenmaal gemaakt, dan gaat het weven zelf snel. Hieronder ziet u het resultaat van die inspanningen. Het jacquardmotief geeft de omslagdoek een mooie textuur.

Het verven van het textiel kan zowel vóór als na het weven gebeuren. Dat hangt af van het gewenste resultaat. Wil men een meerkleurig patroon, dan moet het garen vóór het weven geverfd worden. Voor de effen of meerkleurige omslagdoeken met vloeiende kleurovergangen kan er na het weven geverfd worden. De kleur wordt in kokend water gemengd, waarin de geweven doek voorzichtig wordt geverfd.

Grondkleuren worden nauwkeurig volgens recept gemengd om de gewenste kleur te treffen.

Naast de twee typen weefgetouwen die wij in onze productie gebruiken bestaat er een keur aan andere soorten. Veel te veel om hier op te nemen, maar tot slot noemen wij nog het heupweefgetouw, dat ook veel gebruikt wordt in Nepal en de rest van Azië. De wever spant de kettingdraden op door een boom om zijn eigen lichaam te bevestigen. Verder werkt het weven volgens dezelfde principes als in dit artikel beschreven.
Lees meer over de verschillende weefgetouwen op vaevning.dk (Deens).
